Wild poliovirus type 1 terug wat nu te doen?
Het type virus werd gedetecteerd in een rioolwatermonster verzameld in Hamburg, Duitsland tijdens de week van 6 oktober, wat de eerste detectie markeert van de wilde stam via milieumonitoring in het land sinds de routinematige monitoring begon in 2021.
Genetische sequencing koppelde het virus aan een stam die voor het laatst werd geïdentificeerd in Kandahar, Afghanistan op 24 augustus, hoewel er geen menselijke infecties zijn gemeld in Duitsland.
De Wereld Gezondheidsorganisatie merkte op dat dit de eerste identificatie van wild poliovirus in Europa vertegenwoordigt sinds 2010, meer dan drie decennia na het laatste binnenlands opgelopen geval in Duitsland in 1990.
Wat kunnen we doen aan Polio?
Hoge doses ascorbinezuur tegen polio: geschiedenis, claims en de stand van bewijs. Polio behoort tot de bekendste infectieziekten van de twintigste eeuw. De verlammingen die het virus kon achterlaten, vooral bij kinderen, hebben diepe sporen nagelaten in collectief geheugen en medische geschiedenis.
Voornamelijk doordat onze levenskwaliteit omhoog schoot halverwege 1800 door de invoering van hygiëne voorschriften, aanleg van de gesloten riolering, aanleg van warm water, gebruik van vitamine C en uiteindelijk de komst van vaccins in de jaren ’50 en ’60 heeft de ziekte bijna overal ter wereld teruggedrongen, maar later en natuurlijk vóór die tijd werd er intensief gezocht naar manieren om polio te behandelen of de ernst ervan te verminderen.
Net als bij COVID waren het de meest kwetsbare mensen die soms verlammingen opliepen maar over het merendeel verliep het ziekteproces niet anders dan bij een normale griep, en had met voornamelijk last van wat hoofdpijn of een zere keel.
Vitamine C als belangrijke Polio virus inactivator
In die zoektocht doken ook eenvoudige ideeën op. Eén daarvan kwam van een kleine groep artsen die ontdekten dat zeer hoge doses ascorbinezuur (vitamine C) polio en de daarbij horende verlammingen konden genezen of voorkomen konden worden.
De bekendste van deze artsen was de Amerikaanse arts Frederick R. Klenner, wiens beweringen bijna eeuw later nog steeds worden besproken in orthomoleculaire kringen, maar vanwege de voor de hand liggende methode nauwelijks een plek hebben gekregen in de reguliere medische literatuur.
Dit epistel gaat uitgebreid in op die historische claims, plaatst ze in context, bekijkt de beschikbare documentatie en bespreekt waarom deze ideeën veel aandacht kregen, maar nooit geïntegreerd zijn in de standaardbehandeling van poliomyelitis
De medische context van polio in de eerste helft van de 20e eeuw. Om de belangstelling voor alternatieve therapieën beter te begrijpen, is het belangrijk om te zien dat de verdeling binnen de medische wereld er destijds net zo verdeeld uitzag als vandaag de dag.
Polio-epidemieën duiken vanaf het begin van de twintigste eeuw door slechte leefomstandigheden en slechte hygiëne steeds frequenter op in Europa, Noord-Amerika en later wereldwijd. Tijdens grote uitbraken konden wereldwijd samen wel honderden tot duizenden kwetsbare kinderen verlammingen oplopen.
De reguliere behandeling voor polio tijdens die periode was vooral ondersteunend:
bedrust, pijnstilling, bewegingstherapie, ondersteuning van de ademhaling in ernstige gevallen (o.a. de beroemde “ijzeren long”).
Er bestond geen antivirale therapie, geen immuunmodulerende, geen antibiotica, medicatie en nauwelijks kennis over de immuunrespons op virale infecties en al helemaal weinig kennis over vitamines. De deur stond dus net als nu op een kier open voor artsen die buiten het reguliere kader dachten.
Daarnaast bevonden vitamines zich in die tijd in het centrum van wetenschappelijke aandacht.
De eerste vitamines waren pas net ontdekt tussen 1910 en 1930, en de medische wereld experimenteerde nog volop met mogelijke toepassingen voor allerlei aandoeningen.
Vitamine C werd gelukkig wel al snel gekoppeld aan immuunfunctie, wat de belangstelling voor hooggedoseerd gebruik tijdens infecties logischer maakte. Het bleek dat vitamine C in staat is om het Polio virus volledig te deactiveren. Zie ook hedendaags onderzoek in Pubmed.
Dr. Frederick Robert Klenner: het middelpunt van de discussie
Frederick R. Klenner (1907–1984) was een arts uit North Carolina die bekend werd door zijn vroege ontdekking dat ziekten in het algemeen – en infectieziekten in het bijzonder – behandeld konden worden met extreem hoge doses vitamine C. Zijn werk verscheen in orthomoleculaire tijdschriften en medische conferenties, maar slechts sporadisch in mainstream peer-reviewed literatuur.
Wat Klenner ontdekte
Klenner publiceerde in 1949 en begin jaren ’50 verslag van patiënten die hij tijdens polio-uitbraken behandelde met hoge doses ascorbinezuur. Volgens hem:
• werden patiënten met poliomyelitis significant sneller beter;
• was er sprake van “complete genezing” binnen 72 uur bij de meeste gevallen;
• traden er geen blijvende verlammingen op wanneer de behandeling vroeg werd gestart.
Zijn conclusies waren opvallend, omdat polio, zeker de paralytische vorm, typisch blijvende zenuwschade kon geven. Wanneer een arts beweerde deze schade volledig te voorkomen, viel dat onmiddellijk op.
Het doseringsprotocol van Klenner
Uit zijn rapportages zijn de volgende kenmerken bekend: Doseerbereik: 6.000 tot 20.000 mg vitamine C per 24 uur, afhankelijk van leeftijd en ernst. Toedieningsroute: zowel intraveneus als oraal; intraveneus zou volgens hem het krachtigste zijn. Frequentie: elke 2–4 uur, soms bijna continu.
Duur: doorgaans meerdere dagen tot het verdwijnen van de symptomen.
In een later overzichtsdocument wordt vermeld dat Klenner soms doseringen gebruikte van 300 tot 500 mg per kilogram lichaamsgewicht per dag bij acute infecties. Dit soort hoeveelheden is in overeenstemming met de waarden die tegenwoordig in alternatieve geneeskunde worden genoemd als effectief tegen een breed spectrum aan virussen. (Denk aan Linus Pauling).
Hoewel Fred R. Klenner vandaag de dag de bekendste naam is binnen het vroege onderzoek naar hoge‑dosis vitamine C bij infectieziekten, was hij zeker niet de eerste die met deze ideeën experimenteerde.
Een van de andere pioniers was Claus W. Jungeblut, een vooraanstaande bacterioloog uit de jaren dertig.
Claus W. Jungeblut
- Jungeblut deed in de jaren ’30 uitgebreid onderzoek naar het poliovirus en de mogelijke invloed van ascorbinezuur (vitamine C). In 1935 publiceerde hij dat vitamine C in vitro het virus kon inactiveren.
- Daarna zette hij zijn werk voort met proeven op rhesusapen die experimenteel waren geïnfecteerd met het betreffende virus.
- In deze dierstudies gaf hij de apen injecties met vitamine C. Hij rapporteerde dat de werking afhankelijk leek van dosering, toedieningsfrequentie en het stadium van de infectie.
- Jungeblut merkte bovendien op dat eerdere “negatieve” resultaten vaak konden worden verklaard door het gebruik van te lage concentraties vitamine C, wat volgens hem de effectiviteit beperkte.
Zijn werk vormde een belangrijke basis voor latere onderzoekers, waaronder Klenner, die in de poliomyelitis‑epidemie van 1948 extreem hoge doses vitamine C toediende bij mensen en hierover in 1949 verslag deed (het artikel uit de gegeven link).
Fred R. Klenner (1949) – historisch perspectief
Volgens Klenner’s publicatie ontbraken eerdere onderzoekers vooral voldoende massieve doses en frequente toediening. Hij stelde dat eerdere inconsistenties in de literatuur hierdoor te verklaren waren. Zijn paper beschrijft vervolgens hoe hij grote hoeveelheden vitamine C toepaste bij poliomyelitis en andere virale ziekten. Dit alles kan volledig worden gezien als historisch bewijs uit een tijd dat net als heden er altijd artsen zijn zoals bijvoorbeeld huisarts Rob Elens die hun kennis durfde in te zetten voor hun patiënten overeenkomstig de eed die zij hebben afgelegd.
Leestip: Wist je dat ongevaccineerde kinderen over de hele linie gezonder lijken?
© 2026 Dit epistel mag worden gedeeld onder voorwaarde van een linkverwijzing naar de originele bron. Dit artikel is gebaseerd op wetenschappelijke en publiekelijke informatie.



Waar denk jij aan?
Het is leuk om jouw mening te weten.. Laat een bericht achter als je zin hebt!