Ormus een hoogst merkwaardige wit poederig achtige substantie, (ook bekend als ORMEs; Orbitally Rearranged Monatomic Elements, ontdekt in 1975 en gepatenteerd in 1988 door David Hudson, een rijke katoenboer uit Arizona. Harold Edward Puthoff Phd in elektrotechniek aan de Stanford University adviseerde Hudson patenten aan te vragen voor zijn ontdekking.
Wie was David Hudson?
David Hudson geboren in een rijke agrarische familie, erfde meer dan 7.000 acre land in de Yuma Valley in Phoenix omgeving van Arizona. Daarnaast beheerde hij een nog groter gebied namelijk zo’n 70.000 acre en had hij te maken met Arizona’s beruchte zwarte alkali-grond.
Ormus rijke bodem?
En in de bodem van het Zuidwesten, inclusief Hudson’s farmland, waren de concentraties van platinumgroep-elementen veel hoger dan normaal. Dit betekent dat Hudson’s land uitzonderlijk rijk was aan deze materialen.
Hudson gebruikte omdat de grond zo alkalisch was zeer geconcentreerd zwavelzuur 93 procent, vergeleken met 40-60 procent in gewone auto-accu’s. En bracht dit aan op zijn velden in vrachtwagen- en trailerladingen, waarbij hij dertig ton per acre in de bodem injecteerde.
De eerste ontdekking van ORMUS door David Hudson
En toen vond David Hudson op een zekere dag in zijn bodem een onbekende witte poederige substantie, dat we later ORMUS zouden gaan noemen.
Het meest opmerkelijke aan de witte poederige substantie was wat er gebeurde toen Hudson het probeerde te drogen.
Toen hij het witte poeder te drogen legde in de hete Arizona-zon, veranderde het drastisch – van poeder naar olie en vervolgens loste het vervolgens op in een grote lichtflits en verdween het volledig. Zonder zonlicht bleef het materiaal echter volledig intact.
David Hudson begon te investeren in dure grond analyses
Hudson werd gegrepen door het materiaal en investeerde als succesvolle zakenman fors in wetenschappelijke analyse door een professor van Cornell University.
De eerste tests toonden aan dat het materiaal goud, zilver, ijzer, silica en aluminium bevatte, maar deze elementen gedroegen zich nogal abnormaal – ze losten namelijk niet op in vloeistoffen of zuren zoals dat normaal wel zou moeten.
David Hudson raakte teleurgesteld in de academische wetenschap en ontwikkelde met Russische hulp geavanceerdere methoden
En na isolatie van alle bekende elementen, bleef er nog 98% van het oorspronkelijke materiaal over, terwijl de wetenschapper beweerde dat er ‘niets meer was’.
Teleurgesteld in de academische wetenschap zocht Hudson andere wegen.
Samen met een Duitse onderzoeker ontwikkelde Hudson geavanceerdere analysemethoden. Hieruit bleek dat het materiaal waardevolle edelmetalen bevatte zoals platina, rhodium, iridium, ruthenium en osmium.
Wat er gebeurde was bijzonder opmerkelijk
De substantie reageerde uniek op verschillende temperatuur- en tijdbehandelingen. Bij bijvoorbeeld 70 seconden verhitting op een specifieke temperatuur ontstond een specifiek, edelmetaal; bij 69 seconden waren deze afwezig en was daar een ander edelmetaal aanwezig. Deze edelmetalen verschenen in volgorde van hun smelttemperatuur.
Het materiaal nam verschillende vormen aan – van wit poeder tot glas – en elementen verdwenen spontaan of transformeerden in andere elementen. De meest opmerkelijke ontdekking was dan ook dat het anti-zwaartekracht effecten bezat.
Tijdens zijn experimenten maakte Hudson die verbazingwekkendere ontdekking. Volgens zijn observaties en latere patentaanvragen vertoonden de ORMES-materialen vier buitengewone eigenschappen die de conventionele fysica uitdaagden. Ook de schaal waarin het poeder werd gelegd werd lichter dan zijn oorspronkelijke gewicht.
1. Gewichtsverlies en negatieve massa. David Hudson beweerde dat het materiaal tijdens bepaalde behandelingen letterlijk lichter werd dan verwacht, en onder specifieke omstandigheden zelfs negatieve massa zou kunnen verkrijgen.
Bij herhaalde metingen met de emissiespectroscoop varieerde het gewicht van hetzelfde monster aanzienlijk, vooral bij blootstelling aan lucht of temperatuurveranderingen. – Betekent dat misschien iets voor ons begrip hoe de Egyptenaren die enorme blokken tot Piramides konden stapelen?
2. Levitatie-effecten. Bij verhitting tot bepaalde temperaturen zou het materiaal kunnen zweven of volledig “verdwijnen” – precies zoals Hudson voor het eerst had waargenomen toen hij het poeder liet drogen in de Arizonazon. Het materiaal leek zich los te maken van de zwaartekracht en op te lossen in een lichtflits.
3. Supergeleiding bij kamertemperatuur. David Hudson claimde dat ORMES-materialen supergeleidende eigenschappen vertoonden zonder de extreme koeling die normaal vereist is voor supergeleiding.
Deze eigenschap zou direct gerelateerd zijn aan de anti-zwaartekracht effecten, waarbij het materiaal elektriciteit zonder weerstand zou kunnen geleiden.
4. Dimensionale overgangen
Mogelijk het meest mysterieuze aspect: David Hudson beweerde dat het materiaal kon “verdwijnen” naar een andere dimensie buiten tijd en ruimte, en later weer kon terugkeren naar exact dezelfde fysieke locatie. Dit zou verklaren waarom het materiaal soms wel en soms niet detecteerbaar was met standaard analysemethoden.
David Hudson vraagt in 1988 Patent aan op zijn ORMUS ontdekking
Op advies patenteerde Hudson in maart 1988 zijn ‘Orbitally Rearranged Monoatomic Elements’ (ORMEs), later bekend geworden onder de noemer Ormus.
Door contact met quantumfysicus Harold E. Puthoff begreep hij de vreemde verschijnselen: Ormus-elementen kunnen hun materiële vorm verliezen onder invloed van warmte en zonlicht, worden dan ongevoelig voor zwaartekracht en kunnen zelfs oplossen in zonlicht – letterlijk één worden met het licht en overgaan naar een andere dimensie buiten tijd en ruimte, in het Veld van Mfkz’.
De natuurkundige gemeenschap heeft Hudson’s anti-zwaartekracht claims nooit kunnen of willen reproduceren of verifiëren. Geen enkele peer-reviewed studie heeft dan daarom ook ooit anti-zwaartekracht eigenschappen van ORMES bevestigd.
Waarom de claims van Hudson problematisch zijn:
- Ze zouden de fundamentele natuurwetten schenden.
- Ze passen niet binnen ons begrip van de natuurkunde zoals we dat begrijpen.
David Hudson patenteerde in 1988 dus zijn “Orbitally Rearranged Monoatomic Elements” (ORME).
link Google patent GB2219995A
link Rex research British Patent # GB 2,219,995 A
link Science direct: 2013.06.021
waarbij David Hudson beweerde overgangsmetalen zoals goud, zilver, koper, kobalt, nikkel en de zes platinagroupelementen (platina, palladium, rhodium, iridium, ruthenium en osmium) in een nieuwe, niet-metallische monoatomische vorm te hebben ontdekt.
Ormus is volgens Hudson een supergeleider die resoneert met de oerenergie – de nulpuntenergie waaruit al het leven ontstaat. Het bevat een oneindig quantumpotentieel van mogelijkheden en is te vinden in lucht, aarde, planten, stenen en zee.
Ormus het licht van het leven
Hudson toonde aan dat ook dierenhersenen Ormus bevatten – onze hersenen bevatten minimaal 5% Ormus. Hudson analyseerde ook kalverhersenen en varkenenshersenen door de organische materialen te vernietigen en een metaalanalyse uit te voeren.
Hij ontdekte dat “meer dan 5 procent, op basis van droge stofgewicht, van de kalverhersenen en varkenenhersenen rhodium en iridium bevatten in de high-spin toestand.
Dit percentage zo zei Hudson kan verhoogd worden door voedsel en water met hoog Ormus-gehalte, wat in onze moderne tijd helaas schaars is. Hudson noemt Ormus ‘het licht van het leven’ en ‘the Spirit’.
Hudson zei: de elementen stromen het licht van het leven in je lichaam. De elementen zijn in feite wat het licht is. Hij beweert dat het ons niet alleen spiritueler maakt, maar ook DNA corrigeert.
Dus, David Hudson ontdekte rond 1975 een substantie die we heden meestal ORMUS noemen, en wat in essentie een witte poederige substantie bleek te zijn.
Het Witte Manna van de Goden?
We kennen allemaal vast ook wel het verhaal uit het boek Exodus en uit andere delen van de bijbel, over de wonderbaarlijke wittige substantie die als een soort dauw beschikbaar kwam voor de Israëlieten toen zij veertig dagen door de woestijn aan het trekken waren. Ook hier weer gaat het om een soort van wittig kleverig of poederige substantie met merkwaardige eigenschappen.
Maar opmerkelijk is ook nog dat er dichter bij huis er ook weer signalen bestaan van een wit mysterieus poeder dat in meer recente tijd vaker dan eens werd gevonden te midden of in de buurt van zogenoemde Crop circles.
Dat witte poeder uit die graancirkels lijkt bij beschouwing overeenkomstige eigenschappen te hebben met het ORME’s van David Hudson toen dat op een tradionele manier werd gemeten.
Een bron vermeldt een ervaring met “wit poeder” dat werd aangetroffen in een graancirkel in Avebury.
Dit poeder werd beschreven als amorf (niet gehydrateerd) siliciumdioxide, een veelvoorkomende verbinding in de aardkorst (zoals kwarts).
De auteur nam een monster mee, maar het poeder verdween na twee dagen, wat vragen oproept over de aard ervan. bron.
En dan gaan we even met de Gyronef terug in de tijd naar 1904..
Want er bestaat ook nog de ontdekking van een gelijksoortig witachtig mysterieus poeder. Dat mysterieuze witte poeder draagt de naam mfkzt en werd onder andere ontdekt door een Britse archeoloog tijdens zijn expeditie in Egypte.
Sir William Matthew Flinders Petrie was een vooraanstaande Britse archeoloog en Egyptoloog van zijn tijd.
In 1904 begon hij met zijn team aan een ambitieuze expeditie naar Egypte, met als doel het verkennen van de oude koper en turkooismoijnen op het Sinaï schiereiland, gelegen ten oosten van Egypte boven de Rode Zee.
Dit gebied was van bijzondere betekenis omdat het werd geïdentificeerd als het land van de Bijbelse berg van Mozes.
In het Oude Testament wordt deze berg ‘Horeb’ genoemd, hoewel de oudere en nauwkeurigere Griekse Septuagint uit de derde eeuw voor Christus de naam ‘Choreb’ gebruikt.
De expeditie werd gefinancierd door het Egypt Exploration Fund, een organisatie die in 1891 was opgericht met het uitdrukkelijke doel “onderzoek en opgravingen te bevorderen ter verheldering of illustratie van het verhaal van het Oude Testament.”
Ironisch genoeg zouden Petrie’s bevindingen later juist conflicteren met de kerkelijke interpretatie van deze Bijbelse verhalen, wat zou leiden tot het intrekken van de financiële steun.
De Zoektocht naar de Ware Berg van Mozes
Het bepalen van de exacte locatie van de berg van Mozes was al eeuwenlang een uitdaging. In de vierde eeuw na Christus had een christelijke gemeenschap een klooster gesticht op een berg ten zuiden van de Sinaï en deze locatie uitgeroepen tot de Berg van Mozes.
Deze identificatie bleek echter niet te kloppen met de beschikbare geografische gegevens uit de oudheid.
Het boek Exodus beschrijft de route die Mozes en de Israëlieten rond 1300 voor Christus zouden hebben afgelegd.
Deze route leidde naar een 780 meter hoge berg op een zandstenen plateau boven de vlakte van Paran, een gebied dat nu bekendstaat als Serabit el Khadim (Hoogte van de Khadim).
Een opmerkelijke ontdekking
Toen Petrie en zijn team deze ruige hoogvlakte beklommen als onderdeel van hun verkenningsmissie, hadden ze geen idee van wat hen te wachten stond. Bij het bereiken van de top maakten ze een opmerkelijke ontdekking.
Ze ontdekten de ruïnes van een uitgebreide oude tempel, gelegen nabij een grote kunstmatige grot op een terrein van ongeveer zeventig meter breed. De inscripties dateerden terug tot de tijd van farao Snofroe uit de vierde dynastie, die rond 2600 voor Christus leefde.
Petrie beschreef later deze monumentale vondst: “Alles lag onder het zand en niemand had enig idee van het bestaan ervan, totdat we het terrein afgroeven.” Ze hadden zonder twijfel een van de belangrijkste Egyptische tempels van de oudheid blootgelegd.
Het Lot van Archeologische Schatten
Helaas was het in die tijd gebruikelijk dat archeologen vindplaatsen in andere landen ‘plunderden’ en hun vondsten meenamen naar westerse musea. Deze praktijk gold niet alleen voor draagbare objecten, maar ook voor grote beelden, obelisken en zelfs complete muursecties uit Egypte, Assyrië en Babylonië. De musea van Amerika, Engeland en de rest van Europa getuigen nog altijd van deze periode.
Hoewel Petrie’s expeditie verschillende beschadigde objecten achterliet, werden deze later weggehaald door anderen toen de vindplaatsen publiek werden gemaakt. Een Harvard-expeditie die in 1935 terugkeerde naar de locatie, trof niets meer aan.
Controverse en Censuur
De ontdekking van Petrie viel niet in goede aarde, omdat zijn bevindingen leken te botsen met de gevestigde interpretatie van het Bijbelse verhaal van Exodus.
Volgens de overlevering zou Mozes op deze plek het brandende braambos hebben gezien, met JHWH hebben gesproken, het gouden kalf hebben verbrand en de stenen tafelen met de Tien Geboden hebben ontvangen.
In werkelijkheid sprak Petrie’s verslag niet zozeer het Bijbelse verhaal tegen, maar eerder de kerkelijke interpretatie en presentatie ervan.
Voor het Egypt Exploration Fund was dit echter voldoende reden om de financiering van de expeditie stop te zetten.
Ondanks zijn status als een van de meest gerespecteerde archeologen van zijn tijd, kreeg Petrie te maken met de afkeuring van de autoriteiten.
Na zijn terugkeer besloot hij zijn ontdekkingen te publiceren, wat onmiddellijk leidde tot het intrekken van de projectfinanciering.
Hierover schreef Petrie later: “Daarom zal ik in de toekomst moeten vertrouwen… op het Egyptian Research Account en de Britisch School of Archaeology in Egypte.”
Al zijn aantekeningen werden verzameld in het uitgebreide werk “Researches in Sinai”, dat in 1906 werd gepubliceerd door John Murray in Londen.
De Tempelstructuur en Haar Schatten
Het bovengrondse deel van de tempel bestond uit een indrukwekkend complex van aangrenzende zalen, heiligdommen, binnenplaatsen, cellen en kamers, allemaal omsloten door een ringmuur.
De belangrijkste opgegraven secties werden geïdentificeerd als de Zaal van Hathor, het Heiligdom, het Altaar der Koningen en de Portiekhof. Het complex was omgeven door zuilen en stèles met afbeeldingen van Egyptische heersers uit verschillende perioden. Sommige koningen, zoals Thoetmoses III, kwamen regelmatig voor op de staande stenen en wandreliëfs.
Na zijn uitgebreide onderzoek van het gehele complex schreef Petrie: “Er is geen enkel ander monument bekend waarvan het ons meer kan spijten dat het niet beter bewaard is gebleven.”
In de binnenplaatsen en zalen van de tempel bevonden zich talloze uit de rots gehouwen rechthoekige tanks en bassins, samen met merkwaardig gevormde altaren met indrukwekkende fronten en verhogingen.
De onderzoekers vonden ronde tafels, schalen en schotels, evenals vazen en bekers van albast – veel daarvan in de vorm van lotusbloemen.
Daarnaast ontdekten ze in de kamers een uitgebreide verzameling geglazuurde plaquettes, cartouches, scarabeeën en heilige voorwerpen, versierd met spiralen, diagonale patronen en gevlochten motieven.
Er lagen scepters van een onbekend hard materiaal, en in de portiek stonden twee kegelvormige stenen van respectievelijk ongeveer 15 en 22,5 centimeter hoog.
De Ontdekking van het Mysterieuze Witte MFKZT Poeder
Al deze vondsten waren opmerkelijk genoeg, maar nog intrigerender was de ontdekking van een metallurgische smeltkroes en een aanzienlijke hoeveelheid zuiver wit poeder, zorgvuldig verborgen onder strategisch geplaatste plavuizen.
Deze ontdekking leidde tot intense discussies onder Egyptologen over de aanwezigheid van een smeltkroes in een religieuze setting en de ware aard van de mysterieuze substantie ‘mfkzt’ (soms uitgesproken als ‘mufkuzt’), die tientallen keren werd genoemd in de inscripties op de wanden en stèles van Serabit.
Verschillende theorieën werden geopperd: sommigen meenden dat mfkzt simpelweg koper was, anderen dachten aan turkoois, omdat beide stoffen werden gewonnen in het laagland voorbij de berg.
Een derde groep hield het op malachiet. Echter, voor al deze theorieën ontbrak bewijs, vooral omdat er geen sporen van deze conventionele stoffen op de locatie werden aangetroffen.
Als het winnen van turkoois gedurende al die dynastieke perioden een belangrijke functie van de tempelpriesteres zou zijn geweest, had dit materiaal zeker op de locatie moeten worden gevonden en in overvloed in Egyptische graftomben maar dat was niet het geval.
Eeuwenlange Mysteries
Tijdens de voortgaande discussie werd duidelijk dat de Duitse filoloog Karl Richard Lepsius al in 1845 het woord mfkzt in Egypte was tegengekomen en zich had afgevraagd wat het betekende.
Deze vraag was zelfs nog eerder gesteld door de Franse geleerde Jean François Champollion, die in 1822 de sleutel tot de Steen van Rosetta had ontdekt en daarmee de ontcijfering van Egyptische hiërogliefen mogelijk had gemaakt.
In werkelijkheid was al vóór Petrie’s expeditie vastgesteld dat mfkzt geen turkoois, koper of malachiet was, maar eerder een soort ‘steen’ van grote waarde en onstabiele aard. De steen der wijzen?
Op talloze Egyptische lijsten van kostbare materialen kwam mfkzt voor naast andere bekende edelstenen, mineralen en metalen – wat betekende dat het iets unieks moest zijn.
Na meer dan een eeuw van onderzoek kwamen Egyptologen in 1955 uiteindelijk tot de onbevredigende conclusie dat ‘mfkzt een waardevol mineraal was’ en daar moesten we het dan maar mee doen.
Zijn al die poeders in essentie dezelfde substantie?
Konden de Egyptenaren met hun Mfkzt de zwaartekracht deels opheffen – zoals ook Hudson met zijn experimenten met ORME’s zou hebben laten zien te kunnen?
Was deze ORME’s of de heilige Mfkzt dan een soort portal-sleutel waarmee de Egyptenaren die enorme zware blokken waarmee zij de Piramides bouwden zonder moeite konden verplaatsen?
Wat nog meer had en heeft deze mysterieuze stof voor eigenschappen? Mijn eigen eerste ervaringen diverse ormus soorten leerden mij dat er naast stimulerende energie, nog een ander soort energie was dat ik levensenergie noemde bij gebrek aan een betere woord. Het had ook iets van een adaptogene werking en het verhoogde de focus en gaf een algeheel gevoel van gezondheid.
De meeste informatie die via dit epistel naar voren is gekomen is samenvatting van delen van de lezingen van Laurence Gardner, hij overleed helaas in augustus 2010. Laurence was Fellow van de Society of Antiquaries of Scotland en lid van de Tempeliersorde. Binnen West- en Centraal-Europa bekleedde hij verschillende ridderlijke functies. Hij verwierf vooral bekendheid als revisionist en staatshistoricus. Daarnaast was hij een vaste trans-Atlantische spreker en gaf hij lezingen over de hele wereld, waaronder in Londen, Edinburgh, Parijs, Rome, Amsterdam, New York, Seattle, Los Angeles en Sydney. Eerder werkte hij als Conservation Consultant bij de Fine Art Trade Guild. Zijn libretti werden uitgevoerd in het Royal Opera House in Londen.
Hieronder een van de lezingen van sir Laurence Gardner; Veel van bovengenoemd materiaal is afkomstig van Garder’s boek: The Lost Secrets of The Sacred Ark waar hij nog veel dieper in gaat op deze ORMUS materie.
Leestip: Barry Carter (R.I.P) over het mysterie van de ORMUS
© 2026 Dit artikel mag worden gedeeld onder voorwaarde van naamsvermelding en linkverwijzing naar de originele bron. Dit artikel is deels gebaseerd op openbare bronnen en is bedoeld voor informatieve doeleinden. Deze pagina bevat verwijzende artikelen waarvoor ik mogelijk een beloning ontvang.



Waar denk jij aan?
Het is leuk om jouw mening te weten.. Laat een bericht achter als je zin hebt!